Column Participatie: broodnodig of alleen maar lastig?

Datum

Participatie: broodnodig of alleen maar lastig? In een samenleving waarin het draagvlak van politiek en overheid steeds meer op de tocht staat, zou het juist goed zijn om burgers meer te betrekken bij besluitvormingsprocessen die grote invloed op henzelf en hun woonomgeving kunnen hebben. Dat heet dan ‘participatie’ oftewel meepraten, meedoen, meedenken of deelnemen.

De lakmoesproef daarvoor komt straks bij de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2022, zoals het er nu naar uitziet. Want de invoeringsdatum van die wet is om diverse redenen al meerdere malen uitgesteld. Deze wet stelt regels voor de fysieke leefomgeving, zoals met betrekking tot bouwen, infrastructuur, bodem, water, natuur. Deze wet vervangt o.a. de huidige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); de wet op grond waarvan je nu bijvoorbeeld een aanvraag voor een bouwvergunning voor een schuur of een aanbouw aan je woning indient. Maar de Omgevingswet regelt ook de planvorming voor bijvoorbeeld woonwijken of de vestiging van een bedrijventerrein en de plaatsing van windmolens. In die wet wordt bepaald dat er daarbij rekening dient te worden gehouden met ‘rechtstreeks betrokken belangen’. Dat wordt ook wel omschreven als ’plannen maken met in plaats van plannen maken voor‘. En daar komt dan de participatie om de hoek kijken. De organisatie van die participatie is in dat stadium neergelegd bij de gemeenteraad. Er is dus in de wet wel omschreven dat er participatie moet plaatsvinden, maar niet omschreven hoe dat vorm moet krijgen. En daar begint de schoen nu al te wringen. Dat kan afhankelijk van de insteek per gemeenteraad dus gaan verschillen. Hoe belangrijk vind je het als gemeenteraad dat burgers meepraten- en denken over plannen en in hoeverre ben je bereid jouw eigen rol als besluitvormer los te laten?

Voor het al eerdergenoemde draagvlak zou het natuurlijk prachtig zijn als je inwoners al vanaf het begin in dit proces zou kunnen laten meedenken en meedoen. Maar hoe ver ga je daarin? En laten we eerlijk zijn, het is voor inwoners natuurlijk niet makkelijk in te schatten wat nu exact de positieve of juist negatieve effecten van bepaalde plannen op hun woon- en leefomgeving zijn. Dan gaat het vaak om sentimenten en beleving; kijk maar eens naar de mondkapjesdiscussie. En burgers menen, veel meer dan vroeger, dat zij ook zelf deskundig zijn.

Participatie is naar mijn mening namelijk niet dat iedereen het ermee eens moet zijn.

Toch moet de politiek wel gaan proberen burgers hierin mee te nemen, maar daarbij wel een goed verwachtingsmanagement hanteren. Participatie is naar mijn mening namelijk niet dat iedereen het ermee eens moet zijn. Dat lijkt me in onze divers denkende samenleving ook een utopie. Wat voor de één prachtig is, is voor de ander afschuwelijk en wat voor de een acceptabel is, is dat voor de
andere absoluut niet. Maar wat is het dan wel?

Volgens mij hangt dat ervan af of je als overheid veel of weinig vertrouwen in de samenleving hebt.
Is dat er wel dan kun je als overheid planvorming en uitvoering aan de samenleving overlaten en is
dat er niet dan blijft de planvorming en de regie- en uitvoeringsfunctie bij de overheid en de politiek
liggen. Ikzelf zie het meeste in een mengvorm.

Laat inwoners met plannen komen voor de invulling van een bepaald gebied in hun gemeente,
bijvoorbeeld woningen of bedrijven of een combinatie van beiden. Werk die plannen samen met de
inwoners uit. Geef daarbij de randvoorwaarden en het wettelijk kader aan en probeer daarbij
wederzijds draagvlak te creëren. De uiteindelijk beslissing blijft echter aan het gemeentebestuur.
Het is tenslotte niet voor niets dat er elke 4 jaar verkiezingen zijn voor de gemeenteraden. Daar kun
je jouw stem laten horen. Een absolute voorwaarde voor deze manier van participatie is dat de
uiteindelijke keuzes door het gemeentebestuur echter wel aan de inwoners worden uitgelegd. En op
dat terrein is er denk ik nog een wereld te winnen.

Dick Bosgieter

meer
nieuws